Koolstofdioxide

 

Algemene informatie

Een te hoge koolstofdioxideconcentratie in de atmosfeer is een van de belangrijkste redenen voor de opwarming van de aarde. Hoe dit verhelpen? Dat kan in de eerste plaats door de uitstoot van CO2 te beperken. Daarom legden de ondertekenaars van het Kyoto-protocol zichzelf in 1997 limieten op voor de uitstoot van broeikasgassen.

 

Koolstofputten stockeren CO2

Een tweede oplossing is de opname van die broeikasgassen door koolstofputten bevorderen. Koolstofputten zijn in staat CO2 op te nemen en te stockeren. Op die manier dringen ze de koolstofconcentratie in de atmosfeer terug. De belangrijkste koolstofputten zijn de oceanen en de biomassa: planten en … bossen.
Lees meer over de rol van bos/houtproducten als koolstofput (doc)
Lees meer over producten op basis van hout en het milderen van de klimaatverandering (doc)

 

Actief bosbeheer is achillespees

Bomen nemen CO2 uit de atmosfeer op door fotosynthese. Ze houden koolstof vast, zetten die om in organisch materiaal en geven de resterende zuurstof opnieuw vrij. Dat doen ze tot een bepaald verzadigingspunt. En dat is ook de achillespees van het proces: alleen bossen die voldoende vernieuwen door een actief bosbeheer kunnen hun rol van koolstofput ten volle blijven spelen.
Ontdek hoe Zwitserland zijn CO2-balans optimaliseert via bosbouw en houtbeleid (doc)

 

Levenslange koolstofopslag

Eigenlijk zijn houtproducten dus opslagplaatsen voor koolstof. Dat vormt bijna de helft van de houtmassa. Het hout houdt de koolstof vast tijdens heel zijn levenscyclus: gebruik, hergebruik en recyclage. In één kubieke meter hout zit ongeveer 0,9 ton CO2 opgeslagen.

Naar schatting zit in Europa ongeveer zestig miljoen ton koolstof in houtproducten. Na hergebruik en recyclage worden de meeste houtproducten verbrand. Daarbij komt opnieuw CO2 vrij in de atmosfeer. Daarom is het zaak om de levensduur van houtproducten zo lang mogelijk te maken. Hoe langer ze meegaan, hoe beter voor het milieu.
Lees meer over houten producten in de strijd tegen klimaatswijziging (doc)

 

Substitutie 

De productie van hout verbruikt minder energie dan die van vele andere materialen. Zo zorgt het substitutie-effect ervoor dat bij de productie van 1 m³ hout ongeveer 1,1 ton CO2 minder vrijkomt dan bij bijvoorbeeld beton of plastic. Dit betekent dat de toepassingen van 1 m³ hout goed zijn voor een totale ‘besparing’ van ongeveer 2 ton CO2.

 

Voorbeelden 

Kiezen voor hout is dus CO2 besparen. Enkele voorbeelden:

  • Bij houtskeletbouw met een gevelbekleding in naaldhout leveren de houten wanden per 50 m² een besparing op van 3,45 ton CO2.
  • Houten ramen in plaats van ramen in pvc? Dat is goed voor een besparing van 0,5 ton CO2 per tien ramen. En in plaats van aluminium loopt de besparing zelfs op tot 4 ton!
  • Houten constructiebalken nemen tot 150 kg CO2 op, terwijl voor de productie van aluminium balken liefst 330 kg per ton wordt uitgestoten.