Ecologie

 

Volgens de meeste levenscyclusanalyses (LCA of Life Cycle Analysis) scoort hout zeer goed op milieuvlak. Inderdaad, in vergelijking met andere klassieke bouwmaterialen zoals beton en staal blijkt het zeer goed te presteren inzake milieu-impact, zowel voor zijn productie, ontginning, vervoer, verwerking en toepassing als voor afbraak en recyclering (met andere woorden, in het kader van een benadering ‘from cradle to grave’ of ‘van wieg tot graf’).

In de eerste plaats is het interessant om eraan te herinneren, dat staal en beton samen verantwoordelijk zijn voor 8% van de totale uitstoot aan broeikasgassen. Dit terwijl hout CO2 fixeert, die juist één van de belangrijkste broeikasgassen is.

Aan de hand van een software zoals ATHENA Environmental Estimator for Buildings kon worden vastgesteld en gemeten hoe laag de impact is van hout t.o.v. andere materialen zoals beton en staal bij toepassing voor de structuur van een huis, waarbij alle punten identiek zijn behalve het materiaal gebruikt voor de structuur ! De referentiewoning is een huis van ongeveer 200 m². Behalve de structuur, zijn alle componenten identiek (buitenschrijnwerk,vloerbekleding, isolatie,…).

Op bijna alle bestudeerde vlakken blijkt hout het milieu het minst onder druk te zetten. Zo is hout steeds het beste materiaal op het vlak van luchtvervuiling, toepassing van grondstoffen, energie, uitstoot van broeikasgassen en watervervuiling. Enkel op het vlak van afvalproductie is hout minder interessant. Metalen structuren zijn hier interessanter, maar hout blijft gunstiger dan beton.

Een van de redenen waarom hout uitstekend scoort in vergelijking met andere structuurmaterialen, is ondermeer het feit dat het geen zware industrie nodig heeft voor zijn verwerking. Verder is het ook zo, dat vele houtverwerkers de grondstof maximaal valoriseren. De mooiste delen van naalhoutstammen worden verwerkt in grote secties voor de bouw, de kleinere worden gebruikt voor latten of dakbeschietingen. Bij loofhout wordt de stam, afhankelijk van de houtkwaliteit, in specifieke secties verzaagd voor meubels, trapbomen of -treden, parket, wanbekledingen, palletten of kisten. Het kan ook gebruikt voor snijfineer (decoratieve toepassingen) of schilfineer (multiplexplaten). Verder worden alle producten van mindere kwaliteit, ook nevenproducten genoemd (klein hout, zaagsel, plaketten), hetzij gerevaloriseerd in samengestelde materialen (gelijmd-gelamelleerd, spaanplaat, enz.), hetzij gebruikt in installaties voor energieproductie, verwarming, drogen of stomen. De plakketten ten slotte zijn bestemd voor de papier- en plaatmateriaalindustrie. Alle bestanddelen van de boom vinden dus op de ene of de andere manier een toepassing.

Bovendien is hout een grondstof die van dichtbij komt. Door hout te gebruiken dat afkomstig is uit de nabije omgeving en daar verwerkt wordt, draagt u bij om energie te besparen en om de pollutie te verminderen veroorzaakt door transport. In België groeien talrijke inlandse houtsoorten die ruimschoots voldoen aan onze behoeften in hout voor constructie, meubels, verwarming en papier, zonder hiervoor inbreuk te moeten doen aan ons bospatrimonium.

Verder is hout gunstig voor de plaatselijke tewerkstelling, vooral in rurale gebieden. De eerste houtverwerking gebeurt immers gewoonlijk in de nabijheid van de plaats van uitbating, met name aan de rand van het bos.

Zoals reeds in andere stukken vermeld produceert hout zuurstof (O2). Als de boom groeit, produceert hij zuurstof terwijl hij koolstofdioxide (CO2) stockeert. Als de boom oud wordt, gaat hij verzwakken en sterven. Als het hout verrot, komt de CO2 weer vrij in de afmosfeer. De cirkel is rond, maar in dat geval is de CO2-balans nul. Dit kan vermeden worden door de rijpe boom te gebruiken, zijn hout te valoriseren in een toepassing (constructie, gebruiksvoorwerpen, meubels, instrumenten) die de koolstof voor lange tijd in het hout vasthoudt. Men spreekt dan van een duurzaam beheerd en uitgebaat bos, aangezien de eigenaars ook een houtsoort die geschikt is voor die omgeving terug zullen aanplanten. Hout is de enige grondstof die kan worden uitgebaat, zelfs op industrieel niveau, en toch hernieuwbaar is, zodat hij bijdraagt tot de natuur en de mens door tijdens zijn groei (schadelijke) koolstof te fixeren en (levensbelangrijke) zuurstof te produceren .

Zijn toepassing in de bouw bespaart energie en is ecologisch. Wist u trouwens dat:

  • De fabricatie van een stalen structuur 5 maal meer SO2 (zwaveldioxide, één van de stoffen die aan de oorsprong liggen van zure regen) in de afmosfeer uitstoot dan die van een vergelijkbare structuur in hout.
  • Bij gelijke prestatie, verbruikt een betonnen balk 2 maal meer energie (8 maal als het gaat om gewapend beton) dan een houten balk.
  • Vergeleken met een traditionele constructie wordt bij houtskeletbouw de energie bespaard die nodig is om de 5.000 l water te laten verdampen opgenomen in de chapes en in het metselwerk.
  • De grondstof hout is geen isolatieproduct in de strikte zin van het woord, maar het is een constructiemateriaal met uitstekende thermische eigenschappen, aangezien hij 14 maal beter isoleert dan beton !
  • Voor de productie van een ton constructiehout is gemiddeld 81 maal minder energie nodig dan voor een ton aluminium.
  • Een familie leeft aangenaam in een houten huis aan een temperatuur die 2 graden lager is dan die gemeten in andere types van woningen, terwijl ze dezelfde warmte gewaarworden.
  • Dankzij zijn lage effusiviteit (vermogen om thermische energie uit te wisselen) zal het warmtegevoel in contact met hout 8°C hoger liggen dan bij staal, wanneer deze beide materialen dezelfde temperatuur hebben (in dit geval 20°C).
  • Onafhankelijk van de thermische prestaties van hout, is het door het principe zelf van houtskeletbouw (80% van de constructiesystemen) mogelijk om isolatiemateriaal in de wanden op te nemen. In volume, maakt het isolatiemateriaal opgenomen in de wanden 90% uit van de wanden van een houtskeletbouwwoning. Hierdoor zal de totale dikte van de wanden t.o.v. een traditionele bouw geringer zijn. Bij gelijk grondoppervlak, zal de bewoonbare oppervlakte groter zijn in een houtskeletbouwwoning.
  • Ten slotte is hout van alle bouwmaterialen het best biologische afbreekbaar, omdat zijn samenstelling tijdens de toepassing organisch blijft. Hout is ook één van de bouwmaterialen die het best worden gerecycleerd in Europa. Het eenvoudigst is om het op het einde van zijn levensloop als energiebron te gebruiken.
  • Houtverwerking remt plattelandsvlucht.
    De houtsector is voornamelijk samengesteld uit kleine houtverwerkende bedrijven. Ze ontwikkelen hun activiteit het liefst dichtbij de bron: het bos. Zo bindt de houtnijverheid de bevolking aan eigen streek.
  • De houtwinning vervuilt minder.
    In vergelijking met mijnen of petroleumputten vervuilt houtwinning veel minder dan de ontginning van andere materialen.
  • Houttransport heeft een beperkte impact op het milieu.
    De afstand tussen productie- en verwerkingsplaats van hout is meestal klein. Dat beperkt zowel het energieverbruik als de verkeersoverlast.
  • Houtbouw vereist minder energie en water.
    Houtbouw is een ‘droge’ bouwmethode, met niet alleen minder waterverbruik. Ook voor het droogproces is minder energie nodig.
  • Hout levert geen afvalprobleem op.
    Heel wat hout kan op het einde van zijn gebruiksduur worden gerecycleerd. Wat nog overblijft kan bovendien als brandstof in energiecentrales worden gebruikt.